Door Mark Kotterink, directeur Nederlands Kleurinstituut (SNKI) · Gepubliceerd 21 oktober 2026 · Bijgewerkt 21 oktober 2026
NCS Colourpin PRO of Colourpin II: welke kleurmeter past bij u?
Colourpin II: snelle kleurkeuze op matte vlakken. Colourpin PRO: meet los van glans, 6 mm meetopening en twee keer zo constant (0,05 ΔE00).
De NCS Colourpin II en de NCS Colourpin PRO zijn allebei kleine kleurmeters die via Bluetooth met uw telefoon werken. Ze zoeken bij een gemeten oppervlak de dichtstbijzijnde NCS-kleur. Het verschil zit in hoe ze meten, hoe constant ze meten en hoe ze met glans omgaan.
Wat beide apparaten doen
- U legt de meter plat op een oppervlak en meet via de NCS+-app op uw telefoon (iOS of Android).
- De app toont de dichtstbijzijnde kleur uit de 2050 NCS-standaardkleuren.
- U krijgt daarnaast Lab-, RGB- en CMYK-waarden.
- Metingen bewaart, benoemt en deelt u in de app.
Beide meters zijn volgens NCS bedoeld voor vlakke oppervlakken. Een gebogen, grof gestructureerd of heel klein onderdeel geeft een minder betrouwbare uitkomst.
Het grote verschil: hoe ze meten
De Colourpin II meet met een 45/0-geometrie. Het licht valt onder 45 graden in en de sensor kijkt recht van boven. Zo meet u de kleur zoals die oogt, en glans beïnvloedt de meting. Een glanzend en een mat vlak in dezelfde verf kunnen dus een andere uitkomst geven.
De Colourpin PRO meet met een bol (d/0): het licht komt van alle kanten en de spiegelende glans wordt meegemeten. Volgens NCS benadert de PRO daarmee de werkelijke kleur, en heeft glans geen invloed op de meting. NCS noemt de PRO zelf een colorimeter, geen spectrofotometer.
De specificaties naast elkaar
Deze gegevens komen uit de technische specificaties van NCS Colour.
Wat de getallen betekenen
ΔE00 is een maat voor kleurverschil. De herhaalbaarheid zegt hoeveel metingen op hetzelfde vlak van elkaar afwijken. Met 0,05 tegenover 0,10 ΔE00 meet de PRO twee keer zo constant. Beide waarden liggen ruim onder 1, de grens waaronder het oog naast elkaar nauwelijks verschil ziet.
Het verschil tussen apparaten telt als meerdere mensen met verschillende meters werken, bijvoorbeeld een architect en een schilder. Hoe kleiner dat getal, hoe beter hun metingen overeenkomen.
De grotere meetopening van de PRO middelt over meer oppervlak. Dat helpt bij lichte structuur, zoals stucwerk, textiel of houtnerf.
De accu van de PRO gaat volgens NCS ongeveer 250 metingen mee, tegenover ongeveer 5000 bij de Colourpin II. Laad de PRO dus op voor een lange meetdag.
Voor wie is welk apparaat?
- NCS Colourpin PRO →
- NCS Colourpin II →
- NCS Calibration Cap: losse kalibratiedop voor de Colourpin II →
- Losse NCS-kleurstalen ter controle →
Veelgestelde vragen
Wat is het belangrijkste verschil tussen Colourpin II en PRO?
De meetgeometrie. De Colourpin II meet 45/0, dus glans beïnvloedt de uitkomst. De PRO meet met een bol (d/0) inclusief glans en benadert volgens NCS de werkelijke kleur, los van de glans. De PRO meet ook constanter: herhaalbaarheid 0,05 tegenover 0,10 ΔE00.
Werken beide meters met dezelfde app?
Ja. Beide verbinden via Bluetooth met de NCS+-app voor iOS en Android. Daarin ziet u de dichtstbijzijnde NCS-standaardkleur en de Lab-, RGB- en CMYK-waarden, en bewaart en deelt u uw metingen.
Kan ik met een Colourpin glanzende oppervlakken meten?
Met de PRO wel: volgens NCS heeft glans geen invloed op zijn meting. Bij de Colourpin II telt glans mee, dus een glanzend vlak kan een andere uitkomst geven dan een mat vlak in dezelfde kleur. Meet in alle gevallen op een vlak oppervlak.
Hoe vaak moet ik kalibreren?
De Colourpin II kalibreert u bij elke verbinding met de witte kalibratiedop. De PRO kalibreert u elke 1000 metingen met de meegeleverde witte keramische tegel. Houd dop en tegel schoon, want vuil geeft afwijkingen.
Is een Colourpin geschikt voor kwaliteitscontrole?
Voor een snelle controle is de PRO het meest geschikt, door de kleine meetspreiding en het kleine verschil tussen apparaten. Werkt u met vastgelegde toleranties in een contract of lab, spreek dan vooraf af met welk instrument en welke meetmethode wordt gemeten.
Mark Kotterink, directeur SNKI. Kleurexpert, docent en onderzoeker met 35 jaar ervaring in kleurtechniek en kleurtoepassing.