Door Mark Kotterink, directeur Nederlands Kleurinstituut (SNKI) · Gepubliceerd 21 oktober 2026 · Bijgewerkt 21 oktober 2026
Een NCS-kleur bepalen in vijf stappen
Vergelijk bij daglicht met een NCS-waaier, meet ter controle, leg een los staal op de plek en geef de volledige code door, zoals S 1002-Y50R.
U wilt een bestaande muur, een kozijn of een materiaal bijwerken of erop aansluiten, maar niemand weet de kleur. Met een NCS-waaier, eventueel een kleurmeter en een los kleurstaal vindt u de code zelf. Zo gaat u te werk.
Een NCS-code beschrijft hoe een kleur eruitziet. U zoekt dus de standaardkleur die het dichtst bij het oppervlak ligt. Soms is dat een exacte match, soms de beste benadering. De vijf stappen hieronder helpen u om die keuze goed te onderbouwen.
1. Vergelijk met een waaier bij daglicht
Begin met het oog. Dat werkt het best bij egaal daglicht zonder directe zon, bijvoorbeeld bij een raam op het noorden of op een bewolkte dag. Kunstlicht en felle zon vertekenen de kleur.
- Maak een stukje oppervlak schoon. Vuil en vet maken een kleur doffer.
- Kies een plek die niet verkleurd is door zon of slijtage, bijvoorbeeld achter een kast of een schakelaar.
- Zoek eerst de kleurtoon: welk deel van de kleurcirkel, bijvoorbeeld geel met wat rood (Y20R) of neutraal (N).
- Zoek daarna binnen die kleurtoon de nuance: hoe donker (zwartheid) en hoe kleurig (kleurigheid).
- Leg het staal plat tegen het oppervlak, niet ervoor in de lucht. Zo valt op beide hetzelfde licht.
- Noteer de twee of drie codes die het dichtst bij komen.
De NCS Index 2050 bevat alle 2050 standaardkleuren, met een aparte sectie voor wit, grijs en zwart. Voor witten en grijzen biedt de NCS WS 160 grotere stalen, wat het vergelijken makkelijker maakt.
2. Meet met een kleurmeter
Een kleurmeter zoals de NCS Colourpin II of de Colourpin PRO geeft binnen een paar seconden de dichtstbijzijnde NCS-standaardkleur. Gebruik hem als tweede mening naast uw oog, niet als vervanging.
- Kalibreer eerst: de Colourpin II bij elke verbinding met de kalibratiedop, de PRO elke 1000 metingen met de witte tegel.
- Meet alleen op een vlak, schoon deel. Gebogen of grof gestructureerde vlakken geven een minder betrouwbare uitkomst.
- Meet op drie of meer plekken. Komt steeds dezelfde code terug, dan is de uitkomst betrouwbaar.
- Let op glans. Bij de Colourpin II beïnvloedt glans de meting; de PRO meet volgens NCS los van de glans.
Geven meter en oog een andere code, leg dan beide kandidaten als staal naast het oppervlak. Dat is stap 3.
3. Bestel een los staal ter controle
Een waaierstaal is klein. Bestel van de beste kandidaten een los, origineel NCS-kleurstaal, bij voorkeur op A5 of A4. Houd het op de plek zelf tegen het oppervlak en kijk bij daglicht en bij het kunstlicht dat er normaal brandt.
Twijfelt u tussen twee codes, bestel ze dan allebei. Twee stalen kosten minder dan een wand opnieuw schilderen.
4. Houd rekening met glans en ondergrond
Dezelfde kleur oogt anders op een ander oppervlak. Daarom hoort bij een kleur altijd een glansgraad.
- Glans: een glanzend vlak oogt meestal dieper en voller dan een mat vlak in dezelfde kleur, maar spiegelt ook licht. Kijk onder verschillende hoeken.
- Structuur: stucwerk, houtnerf en textiel vangen schaduw en ogen daardoor iets donkerder dan een glad staal.
- Ondergrond: een dunne laag laat de ondergrond doorschijnen, en een sterk zuigende ondergrond kan een kleur doffer maken.
- Veroudering: oude verf kan vergeeld of verbleekt zijn. U bepaalt de kleur van nu, niet de oorspronkelijke kleur.
Met de NCS Gloss Scale bepaalt u de glansgraad op het oog. De schaal heeft zeven stappen, van 2 (volledig mat) tot 95 (volledig glanzend), gemeten bij 60°.
5. Geef de code goed door
Geef de verfwinkel of schilder de volledige code, met de S en de spatie: S 1002-Y50R. Een onvolledige of verkeerd overgenomen code leidt tot fouten. Geef daarnaast door:
De verfwinkel mengt de kleur met een eigen recept. Dat recept is een benadering van het NCS-staal. Laat daarom eerst een proefvlak zetten en vergelijk dat met het staal, voordat de hele wand wordt geschilderd.
Veelgestelde vragen
Kan ik een NCS-kleur bepalen met een foto?
Niet betrouwbaar. Camera, belichting en scherm veranderen de kleur. Een foto helpt om de richting te bepalen, maar de code bepaalt u met een waaier, een kleurmeter of een los staal naast het echte oppervlak.
Wat als de kleur niet precies in de NCS-collectie zit?
Dan kiest u de dichtstbijzijnde standaardkleur. Vergelijk de twee of drie beste kandidaten als los staal op de plek zelf en kies de kleur die het minst afwijkt. Beoordeel daarna een proefvlak voordat u de hele wand schildert.
Hoe nauwkeurig is een Colourpin?
Volgens NCS is de herhaalbaarheid 0,10 ΔE00 voor de Colourpin II en 0,05 ΔE00 voor de PRO, ruim onder wat het oog naast elkaar ziet. De grootste onzekerheid zit meestal in het oppervlak zelf: glans, structuur, vuil en veroudering.
Welk licht is het beste om kleuren te vergelijken?
Egaal daglicht zonder directe zon, zoals licht van een raam op het noorden. Controleer de keuze daarna ook bij het kunstlicht in de ruimte, want daarin ziet u de kleur 's avonds.
Moet ik de glansgraad ook doorgeven?
Ja. Dezelfde NCS-code oogt op mat anders dan op hoogglans. Geef daarom altijd de code én de glansgraad door, en vergelijk het proefvlak met het staal.
Mark Kotterink, directeur SNKI. Kleurexpert, docent en onderzoeker met 35 jaar ervaring in kleurtechniek en kleurtoepassing.